Door de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) worden de regels voor het uitlenen van personeel sterk aangescherpt. Deze regels gelden niet alleen voor uitzendbureaus, maar ook voor werkgevers die incidenteel of als nevenactiviteit medewerkers aan andere organisaties uitlenen. Vanaf 2028 is voor vrijwel uitleen een toelating of ontheffing vereist.
Het uitlenen van personeel is een situatie waarbij een medewerker tegen vergoeding bij een andere organisatie werkt, onder leiding en toezicht van die andere organisatie. Wanneer de eigen werkgever de werkzaamheden zelf aanstuurt, kan sprake zijn van dienstverlening of aanneming van werk. In dat geval is er geen uitleen en geldt de toelatingsplicht niet. Zie hiervoor (1.9.1.).
Werkgevers die slechts beperkt personeel uitlenen kunnen een ontheffing aanvragen. Daarbij moet de omzet met uitlenen minder dan 10% van de totale omzet zijn, met een maximum van € 5 miljoen per jaar. Er gelden nadere voorwaarden. Zie de regels over toelating en ontheffing (1.9.2.).
Een belangrijke uitzondering geldt er voor collegiale uitleen en werken in een concern. Wanneer een werkgever medewerkers die voor de eigen onderneming in dienst zijn, uitleent tegen maximaal de wettelijk toegestane loonkosten, kan deze uitleen buiten het toelatingsstelsel vallen. Er is dan geen ontheffing nodig en deze omzet telt ook niet mee bij de 10 % norm (1.9.3.). .
