1. Begripsbepaling en toepasselijkheid
1.1. Beroepsregeling: de regeling van beroep waar de cursist zijn klacht kan indienen tegen zijn opleidingsinstituut, welke op grond van de beroepsregeling een bindend advies verstrekt. De beroepsregeling wordt uitgevoerd door het kantoor AN-i.
1.2. Klager: de cursist of student die is aangesloten bij het opleidingsinstituut.
1.3. Opleidingsinstituut: de rechtspersoon of natuurlijk persoon waar de klager zich heeft aangemeld of heeft ingeschreven voor het volgen van een cursus, training of opleiding.
1.4. Opleiding: de cursus, training of studie die wordt gevolgd bij het opleidingsinstituut.
1.5. Klacht: een op schrift gestelde uiting van ongenoegen, waarin de klager zich uitlaat over de wijze waarop het opleidingsinstituut, met inbegrip van de personen verbonden aan het opleidingsinstituut, zich in een bepaalde situatie heeft gedragen dan wel diensten heeft verleend of heeft nagelaten.
1.6 Behandelaar: de persoon die de klacht tegen het opleidingsinstituut onderzoekt en het bindende advies geeft, welke wordt aangewezen door het kantoor AN-i;
1.7. Secretariaat: het secretariaat van de beroepsregeling van AN-i.
1.8. Toepasselijkheid: Deze klachtenprocedure is van toepassing op alle opleidingsinstituten en hun cursisten die bij de Beroepsregeling van AN-i zijn geregistreerd, wat betekent dat de klager en cursist de klacht volgens deze regeling kunnen laten beslechten. Door gebruik te maken van deze beroepsregeling, gaan de klager en het opleidingsinstituut akkoord met deze beroepsregeling en de algemene voorwaarden van AN-i (te raadplegen op www.an-i.nl/av).
2. Indienen van een klacht en de mogelijkheid gericht op het bereiken van een directe oplossing
2.1. Een klager dient een klacht schriftelijk in bij de Beroepsregeling, bijvoorbeeld als bijlage per mail en/of per post (zie voor het adres www.beroepsregeling.nl.
2.2. Het secretariaat bevestigt de ontvangst van de klacht aan de klager op werkdagen binnen 24 uur en daarna informeert zij de klager over de te volgen procedure. Na het eerste onderzoek laat het secretariaat weten of de klacht wel of niet ontvankelijk is.
2.3. Het secretariaat onderzoekt of de klacht compleet is en geeft indien nodig de klager de gelegenheid om de klacht compleet te maken. De klacht moet ondertekend zijn en bevat ten minste: – De naam, adres, telefoon, BSN-nummer en e-mailadres van de klager. – De naam van het opleidingsinstituut waar de klager aan is verbonden – De opleiding die de klager volgt of heeft gevolgd, met vermelding van het startmoment en de periode dat de opleiding normaal zal duren – De verhinderdata van de klager (bijvoorbeeld afwezigheid in verband met vakantie). – Een omschrijving van de klacht – Dat de klager akkoord gaat met de beroepsregeling en kiest voor het beslechten van het geschil met het opleidingsinstituut door een bindend advies.
2.4. Na ontvangst van de klacht of het compleet maken van de klacht, wordt het opleidingsinstituut op de hoogte gesteld van de klacht en eventuele aanvullingen.
2.5. Het opleidingsinstituut krijgt de mogelijkheid om via het secretariaat van de beroepsregeling een oplossing voor te stellen aan de klager, gericht op een directe afhandeling van de klacht. Het secretariaat zal deze oplossing aan de klager voorleggen. Maakt het opleidingsinstituut van deze mogelijkheid geen gebruik of ligt dat niet in de rede, dan zal binnen de Beroepsregeling de klacht inhoudelijk in behandeling worden genomen.
2.6. Indien er een oplossing wordt voorgesteld, dan zal het secretariaat als tussenpartij optreden, zonder zich daarin inhoudelijk te mengen. Rechtstreeks overleg tussen de klager en het opleidingsinstituut is alleen mogelijk, als daartoe een verzoek is ingediend via secretariaat en beide partijen daarmee instemmen.
2.7. Wordt er onderling een oplossing bereikt, dan zorgt het opleidingsinstituut voor de schriftelijke vastlegging daarvan en de bevestiging over en weer. Deze schriftelijke vastlegging wordt door het secretariaat van de beroepsregeling geregistreerd en vijf jaar bewaard. Middels die registratie wordt de afhandeling van de klacht gesloten.
2.8. Wordt er geen onderlinge oplossing bereikt, dan kan de klager aan het secretariaat doorgeven dat deze wenst dat de klacht in behandeling wordt genomen.
3. Inhoudelijke behandeling van de klacht
3.1. De Beroepsregeling wijst de behandelaar aan die de klacht inhoudelijk en voorspoedig in behandeling gaat nemen. Een partij kan bezwaar maken tegen de benoeming van de behandelaar, indien gerechtvaardigde twijfel bestaat aan zijn onpartijdigheid of onafhankelijkheid. De klacht wordt strikt vertrouwelijk behandeld en slechts met de klager en de betrokkenen bij de onderwijsinstelling besproken.
3.2. De behandelaar geeft de klager de mogelijkheid om waar nodig de klacht schriftelijk en desgewenst ook telefonisch nader toe te lichten. De behandelaar zal de aanvullende informatie bij de klacht voegen. Van een eventueel gesprek met de klager zal de behandelaar een verslag maken met daarin de relevante punten, dat ter goedkeuring aan de klager wordt voorgelegd.
3.3. De behandelaar zal de klacht, de eventuele schriftelijke aanvullingen en het gespreksverslag aan de opleidingsinstelling versturen.
3.4. De opleidingsinstelling gaat eerst schriftelijk op de klacht reageren. Deze schriftelijke reactie van de opleidingsinstelling wordt door de behandelaar onderzocht. Het opleidingsinstituut krijgt de mogelijkheid om waar nodig dit antwoord op de klacht schriftelijk en desgewenst ook telefonisch nader toe te lichten. De behandelaar zal de aanvullende informatie bij het antwoord van het opleidingsinstituut voegen. Van een eventueel gesprek met personen van het opleidingsinstituut zal de behandelaar een verslag maken met daarin de relevante punten, welke ter goedkeuring aan het opleidingsinstituut wordt voorgelegd.
3.5. De behandelaar zal het antwoord op de klacht, de eventuele schriftelijke aanvullingen en het gespreksverslag aan de klager versturen.
3.6. De klager kan aangeven of deze een tweede ronde van hoor en wederhoor wenst. Indien gewenst krijgt de klager de mogelijkheid om schriftelijk op het antwoord van het opleidingsinstituut te reageren, welke reactie door de behandelaar aan het opleidingsinstituut wordt doorgestuurd.
3.7. Het opleidingsinstituut krijgt de mogelijkheid om schriftelijk op de nadere toelichting van de klager op de klacht te reageren, welke reactie vervolgens door de behandelaar aan de klager wordt doorgestuurd.
3.8. Alle correspondentie die na de tweede ronde van hoor en wederhoor via het secretariaat binnenkomt, zal niet aan de behandelaar worden doorgespeeld, nu na voorgaande rondes van hoor en wederhoor beide partijen genoegzaam hun standpunt kenbaar hebben kunnen maken.
3.9. Het secretariaat zal ernaar streven om iedere partij binnen twee weken te laten reageren en ook zelf binnen twee weken te handelen tijdens het onderzoek. Waar nodig en mogelijk wordt op voldoende zwaarwegende gronden uitstel verleend en wordt een vertraging in de behandeling kenbaar gemaakt. Indien er niet of niet tijdig wordt gereageerd, dan kan de behandelaar de procedure in het belang van de wederpartij voortzetten, wat kan betekenen dat bij gebreke van een reactie, aanvullingen en dergelijke, toch een bindend advies wordt gegeven of de behandeling wordt gestaakt.
4. Opstelling van partijen, ontvankelijkheid en bijzonderheden
4.1. Zowel de klager als de onderwijsinstelling is verplicht om de behandelaar van de klacht een eerlijke voorstelling van zaken te geven en geen relevante feiten te verzwijgen, alsook naar eer en geweten de behandelaar te informeren. Van alle betrokkenen wordt verwacht dat zij zich met respect over de medemens uitlaten en zich niet onrechtmatig gedragen.
4.2. De Beroepsregeling is niet verplicht de klacht in behandeling te nemen, in het bijzonder niet als de klacht niet valt onder de toepasselijkheid van deze beroepsregeling, wanneer reeds eerder een zelfde (soort) klacht is ingediend, wanneer de beroepsregeling geen adequate route of oplossing kan bieden voor de bijzondere situatie die zich voordoet, alsook wanneer de omstandigheden waarop de klacht betrekking heeft strafrechtelijk worden onderzocht of hierover een oordeel wordt gevraagd bij een andere instantie met rechtsbevoegdheid. Evenmin wordt een advies gegeven als het onderwijsinstituut surseance van betaling is verleend of failliet is verklaard of de bedrijfsactiviteiten zijn gestaakt, of wanneer er sinds de omstandigheden waarop de klacht betrekking heeft al 52 weken zijn verstreken. De klager en de onderwijsinstelling zijn gehouden relevante informatie in dit kader te verstrekken. Van het niet ontvankelijk zijn en/of het niet in behandeling nemen van de klacht wordt de klager zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 3 weken mondeling of schriftelijk in kennis gesteld.
4.3. De behandelaar kan uit eigen beweging of op schriftelijk verzoek een kennelijke fout in het advies schriftelijk herstellen, waarvoor beide partijen vooraf de gelegenheid worden gesteld om schriftelijk hun standpunt kenbaar te maken.
4.4. Mocht achteraf blijken dat een partij zich schuldig heeft gemaakt aan het grovelijk misleiden van de behandelaar van AN-i, dan kan de andere partij dat ter beoordeling aan AN-i voorleggen, waarna het uitsluitend aan AN-i is om te bepalen of zij overgaat om de behandeling te heropenen, in beginsel door een extra ronde van hoor en wederhoor toe te passen en waar nodig door een eventueel uitgebracht advies te herzien.
5. Uitbrengen van het bindend advies
5.1. Na afronding van het onderzoek komt de Behandelaar met een bindend advies op grond van redelijkheid en billijkheid, de opleidingsvoorwaarden en het bepaalde in relevante wet- en regelgeving. In het advies wordt in ieder geval opgenomen: de partijen, de motivatie en de datum van het advies. De termijn voor het verstrekken van dat advies is vier weken na de laatste reactie van een partij en indien mogelijk korter. Mocht het tot een vertraging komen, dan wordt de reden daarvoor en de nieuwe termijn kenbaar gemaakt aan beide partijen.
5.2. Het bindende advies wordt per mail en per post, alsook gelijktijdig aan beide partijen toegestuurd. Met dat advies eindigt de procedure. Na het bindende advies wordt er over de uitkomst en motivatie van het advies niet nader gecorrespondeerd. De registratie van de klacht, de behandeling en het advies wordt voor 5 jaar door het secretariaat bewaard.
5.3. Het advies is bindend voor de onderwijsinstelling en de klager. Dat betekent dat een partij in rechte nakoming van het bindend advies kan vorderen, waardoor het niet nakomen wanprestatie oplevert, behoudens de uitzonderingen bij wet bepaald.
6. Spoedeisende procedure
6.1. In omstandigheden waarin spoed is vereist, kan de klager bij het indienen van de klacht vragen om een spoedprocedure. Dat verzoek moet door de klager gemotiveerd worden.
6.2. De behandelaar zal als de spoedeisende aard is vastgesteld en nadat de klacht compleet is ontvangen, spoedig een verkorte procedure voorstellen aan het opleidingsinstituut, dat daarop ook met spoed en schriftelijk aangeeft of zij met de verkorte procedure akkoord gaat. De behandelaar zal vervolgens de klager de mogelijkheid geven om akkoord te gaan met de verkorte procedure, voor zover de opleidingsinstelling daarmee akkoord is gegaan, dan wel te kiezen voor de normale procedure, dan wel de mogelijkheid geven om af te zien van het behandelen van de klacht op grond van deze beroepsregeling, in het bijzonder als niet passend voorzien kon worden in de wens van een spoedige behandeling.
7. Citeertitel, kosten en overige bepalingen
7.1. De regeling wordt geciteerd als de beroepsregeling van AN-i.
7.2. De klacht en behandeling daarvan geschieden in de Nederlandse taal en valt onder het Nederlands recht. De algemene voorwaarden van AN-i en in het bijzonder artikel 4.4 zijn op deze beroepsregeling van toepassing (zie www.an-i.nl/av).
7.3. De kosten die zijn verbonden aan het door AN-i behandelen van de klacht komen voor rekening van het opleidingsinstituut, waaronder is begrepen de kosten voor de behandelaar tegen het uurtarief. Het opleidingsinstituut kan enkel een bijdrage bij de cursist in rekening brengen, als de cursist in het bindend advies nadrukkelijk als in het ongelijk gestelde partij is aangewezen. Of het opleidingsinstituut deze bijdrage vraagt en de hoogte daarvan, wordt door het opleidingsinstituut voor of na het bindend advies bepaald, waarbij evenwel de volgende maxima gelden: de hoogte van de eigen bijdrage van de cursist is niet meer dan de helft van de kosten aan AN-i en niet meer dan 25 % van de bedragen die de cursist aan het opleidingsinstituut voor de gehele opleiding dient te betalen.
7.4. De klager en het opleidingsinstituut handelen in beginsel zelfstandig. Eventuele vertegenwoordiging en juridische bijstand geschiedt voor eigen rekening.